De achtergronden van sporten

Spieren zijn grootverbruikers van energie en passen zich zeer snel aan wisselende omstandigheden aan. Gebruik je een spier een bepaalde tijd niet dan slinkt deze. Kijk maar eens naar een arm of been dat in het gips heeft gezeten vanwege een botbreuk. Tijdens het sporten gebruiken we onze spieren. Sport je niet dan is de spier als het ware slapend en deze zal dan weinig energie verbranden.

Door onze spieren regelmatig te gebruiken, veranderen we ze in specialisten in de beweging en de sport waarvoor we ze gebruiken. Doen we aan krachttraining dan worden onze spieren vooral sterker en groter. Doen we aan hardlopen dan worden onze spieren slanker en kunnen ze heel lang doorgaan. Vanuit de trainingsleer weten we dat 2 keer per week 30 minuten intensief sporten al een verdubbeling van de conditie kan opleveren. Hiervoor is wel intensief sporten nodig. Als we rustig bewegen, zoals bijvoorbeeld wandelen, wordt een groot deel van onze spieren niet geactiveerd en ontstaat er geen trainingsprikkel. Pas als we echt ons best doen (herkenbaar aan zweten en een verhoogde en diepere ademhaling) en de spieren zo gebruiken dat ze moe worden, vindt er een echte metabole prikkel plaats. Tijdens het sportvasten is het daarom beter om 20 minuten intensief te bewegen dan een uur te wandelen.

Sporten is eigenlijk een vervanging van het oeroude principe van jagen en eten verzamelen dat onze verre voorouders deden. Toen was het goed functioneren van de spieren van een dergelijk groot belang voor het overleven dat het hele lichaam zich aanpaste om de spieren te helpen. De lever gaf extra suikers aan het bloed af en de vetcellen lieten in versneld tempo hun vetten los. De vetcellen konden de hoeveelheid vetten die zij loslieten als brandstof voor de spieren meer dan vertienvoudigen. Vooral als er dagen weinig suiker en calorieën gegeten werden. Dit oermechanisme, dat bij onze verre voorouders van levensbelang was, is ook in ons lichaam nog steeds aanwezig en wordt bijvoorbeeld geactiveerd bij zeer lange inspanningen als de triatlon of als we sporten tijdens vasten. Wetenschappers hebben aangetoond dat 30 minuten sporten tijdens vasten dezelfde metabole switch geeft als tijdens een uren durende training.

De spieren worden niet alleen specialist in de bewegingen of sport waarin we ze trainen, zij specialiseren zich ook in het gebruiken van de brandstof die we ze geven. Geven we ze vooral suikers (zoals in brood, aardappelen, pasta, koek, gebak, snoep, vruchtensappen en frisdrank) dan zullen de spieren suikerspecialisten worden en gaan ‘vragen’ om suikers. Pas als de suikers opraken, schakelen de spieren noodgedwongen over op vetten en worden ze vetspecialisten. Deze metabole switch vindt dus alleen plaats bij zeer lange sportinspanningen of tijdens kort intensief sporten tijdens vasten. En wat gebeurt er dan als we alleen maar eiwitten en vetten eten en zo een suikertekort creëren?

Hoe flexibel het lichaam is in het switchen naar een andere brandstof blijkt ook uit dieetmethoden met een hoog eiwit-, hoog vet- of laag koolhydratengehalte. Veel mensen vallen veel af in de eerste 1 tot 2 weken door de koolhydraten te schrappen uit hun voeding. Het lichaam wordt dan getraind om vet en eiwit te gaan verbranden. Conclusie: er is dus niet alleen meer vet-, maar ook veel meer eiwitverbranding. Helaas wordt bij een hoge inname van eiwitten de specialisatie van vetverbranding snel omgezet in eiwitverbranding waardoor we wederom slecht vetten kunnen verbruiken en dus niet meer afvallen. Kortom, de echte metabole switch vindt niet plaats. De beste methode is en blijft sportvasten: een korte sapvastenkuur met intensief sporten voor een totale metabole switch.

<< De achtergronden van vastenOorzaken van overgewicht en verminderde vitaliteit; te veel vet is giftig >>